Besturen onvoldoende voorbereid op nieuwe wet

Een kleine 60 procent van bestuurders van verenigingen en stichtingen is onvoldoende voorbereid op de WBTR die 1 juli a.s. ingaat. Ze beseffen niet dat individuele bestuurders daardoor een onnodig risico lopen.

Deze zeer opvallende (en volgens sommigen schokkende) resultaten zijn de uitkomst van een grootschalige enquête dat het Instituut voor Verenigingen, Branches en Beroepen (IVBB) heeft gezonden naar bestuursleden van meer dan 191.000 verenigingen en stichtingen in Nederland. Meer dan 14.000 enquêteformulieren werden volledig ingevuld. Het onderzoek werd in mei en begin juni gehouden. Op dat moment hadden zes op de tien bestuurders zelfs nog nooit van de wet gehoord. Van de bijna 40 procent die er wel wat van wist, had twee-derde nog geen idee hoe er invulling aan te geven. De Nederlandse Associatie (DNA, vereniging van verenigingen) was mede-initiatiefnemer van het onderzoek dot is uitgevoerd door IVBB, het Instituut voor Verenigingen, Branches en Beroepen.

Geschrokken
DNA en IVBB zijn geschrokken van de conclusies. Al over twee weken moeten interne procedures op orde, besproken en intern vastgelegd zijn. Dat is nodig om aan de wet te voldoen. Zo wordt voorkomen dat bestuursleden onnodige risico’s lopen op persoonlijke aansprakelijkheid. Als mogelijke oorzaken van de onbekendheid wijzen beide organisaties op beperkte voorlichting en geringe aandacht als gevolg van de coronacrisis. Dat neemt de noodzaak niet weg om maatregelen te nemen, aldus DNA en IVBB. Voor het behoud en werven van vrijwilligers als bestuursleden is het nodig dat je kunt aantonen aan de wet te voldoen.

Het rapport van het onderzoek is beschikbaar op www.ivbb.nl/research